Waar is de hemel?

Een vraag waar we van tijd tot allemaal wel bij stil en over na proberen te denken.
Een vraag ook waar je zo een, twee, drie niet gemakkelijk antwoord op kunt vinden of geven.
En toch.. de Bijbel helpt daarbij.

‘Wij kiezen niet voor het aardse, maar voor het hemelse leven.
Want wij verwachten uit de hemel onze Redder, de Heer Jezus Christus.
Hij heeft de macht gekregen over alles en iedereen.
Hij zal onze zwakke lichamen veranderen,
Hij maakt ze zo schitterend als Zijn eigen Lichaam.’ (BiGT, Filipenzen 3 vers 20v.)

De hemel is dus niet zozeer een ruimte.
De hemel komt in het zicht voor wie in de Heere Jezus geloven.
Dat je oude leven met Hem sterft en mag opstaan, en.., ja dat betekent dan dat je straks als Hij je roept ook met Hem mee mag gaan naar de hemel!!
Dat je daar welkom bent!
Dat je mag zijn waar Hij is! (Joh.14)
Dat is wat!
Een prachtig antwoord nietwaar.
Had je die vraag over de hemel weleens zó bekeken?
Wanneer dat dan gebeurt?
Ook daar krijgen we van de apostel Paulus een heel mooi en bevredigend antwoord op. ‘Wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als Verlosser verwachten.’ (vs.20 NV)
En dan bedoelt de apostel natuurlijk: als we met de Heiland verbonden zijn, dan is het Hoofd in de hemel en wordt het lichaam vanuit de hemel bestuurd en geleid.
Dat is waar!
We worden dan niet door onze eigen, aardse begeerten en verlangens geleid, ‘niet door onze buik..’
Niet door ons genot, de kik, entertainment, enz.
Nee, onze verlangens, ons leven wordt geleid door Koning Jezus. Hij is Koning van ons leven én onze verlangens!
Maar en dat is de andere kant, we verwachten ook Zijn komst uít de hemel.
Zeker, Gods Koninkrijk der hemelen, het ís er al, maar nog niet in zijn volle omvang.
Nog niet in zijn volmaaktheid.
Daar zien we nu, als het goed is naar uit!
We zien er als volgelingen van de Here Jezus naar uit dat die volmaaktheid in Hem alom zichtbaar en tegenwoordig zal zijn, omdat er dan geen enkele plaats meer zal zijn voor de duisternis en haar vorst.
In heel Gods mooie schepping niet!
Alles zal dan aan Hem onderworpen zijn.
Zien we daar naar uit.
En ook geldt dus al: waar de Here Jezus regeert in onze levens en in onze harten, ‘daar in onze wandel nú al in de hemel!’
(n.a.v. ‘Onze wandel is in de hemelen ..’ Fillipenzen 3 vers 17-21 SV)

Gedicht ‘Zendingslied’

Gij hebt ons gezegd, Heer: De velden zijn wit,
En rijp staat de oogst op de landen.
Gij wilt dat Uw volk aan het werk gaat en bidt
Met het hart en de mond en de handen.
Wij kunnen niet veel, Heer, wij voelen ons klein,
Toch vragen wij, laat ons Uw arbeiders zijn.

Gij hebt ons geboden Heer: Predik Mijn Woord
En ga in de heggen en stegen!
Mijn huis is gereed; wie Mijn nodiging hoort
Vervul ik met blijdschap en zegen.
Al is uw geloof, uw vertrouwen nog klein,
Toch kan ook de zwakste Mijn arbeider zijn.
Gij hebt ons gezegd Heer “Wanneer gij gelooft,
Dan zal Ik u wonderen wijzen.
Nog deel Ik de vissen, nog breek Ik het brood,
Nog wil Ik de duizenden spijzen.
Al was het getal van Mijn jongeren klein,
Ontelbaar zal ’t volk in de hemelen zijn.

Zend Gij ons dan uit Heer, maar ga met ons mee!
Uw vuurkolom moet voor ons uit gaan;
En baan ons een weg, als het moet door de zee,
Wij zullen in Uw kracht erdoor gaan!
Nu is Uw Kerk onbeduidend en klein,
Maar eens zal de aarde te klein voor haar zij

Ds. G.J. van den Top