Troost, troost Mijn volk.. (Jes.40:1)

De kern van wat Jesaja wil doorgeven is hier de opdracht troost te brengen.
Israël mag dan ontrouw en ongehoorzaam zijn, waardoor het zélf de ballingschap over zich heeft uitgeroepen, toch blijft de HEERE, de Enige God en Koning van Israël trouw aan Zijn verbondsbeloften. Hij zal Zijn volk niet aan zijn lot overlaten.
Hij zal Israël terugbrengen naar het land dat Hij aan Abraham, Izaäk en Jakob heeft beloofd.
Dit waren troostvolle woorden voor het Israël van de 6e eeuw voor Christus, toen de wegvoering naar Babel plaats vond.
Dat waren ze ook in Jesaja’s tijd, ongeveer acht eeuwen voor Christus.
Ondanks Israël’s ontrouw, dan nóg zal de HEERE Zich over Zijn volk ontfermen.
Dat doet Hij tot op de dag van vandaag.
De plaats die Israël inneemt in de wereldgeschiedenis heeft bij God een bedoeling en is een Godsgeheim, waar we niet achter kunnen kijken.
Het heeft wel alles te maken met het Verbond dat God met Abraham sloot en dat eeuwig zal duren.
God blijft Zijn Volk en Zijn Kerk door alle eeuwen heen trouw.
Hij houdt haar in stand en Hij is haar nabij, ongeacht de omstandigheden.
Zelfs als het in de wereld waarin wij leven heel moeilijk en onzeker is geworden, is dat ons gezegd tot troost en volharding.
Dat ook wij als christenen God trouw zullen blijven, wat het leven ook brengt.
Dat we vast blijven houden aan de onbeschrijfelijk belangrijke betekenis van Gods Verbond.
Het vormt het centrum van de Bijbelse Boodschap en loopt in de wederkomst van de Heere Jezus Christus, de Zoon van David, uit op Zijn eeuwig Koningschap. (Luk.1:32)
Dat we in het hier en nu ook elkaar zullen blijven helpen, inclusief de vluchtelingen en mensen in nood in he algemeen, die Hij op ons levenspad brengt of waar we misschien wel naar toe gaan, zoals zij die bij vluchtelingen- en zendingsorganisaties werken.
Deze boodschap van Jesaja is dus een oproep voor en door alle tijden heen, maar allereerst aan het volk Israël om zich alsnog te bekeren en het Verbond van God te eerbiedigen.
Degenen die door Jesaja aangesproken worden, worden opgeroepen Jeruzalem liefdevol moed in te spreken en tot haar te roepen dat de strijd voorbij is (2) en de schuld verzoend..
De troost waarmee Jesaja Israël troost geldt niet alleen Israël, maar alle mensen. ‘De de heerlijkheid van de HEERE zal geopenbaard worden, en alle vlees tezamen zal het zien, want de mond van de HEERE heeft gesproken.’ (5)
En heel de mensheid, evenals het volk Israël, ‘.. is als gras, en zal zijn goedertierenheid als een bloem op het veld. Het gras verdort en de bloem valt af, maar het Woord van onze God bestaat voor eeuwig!’ (Jes. 40:5-8; 55:10-11).
Dat is de grootste troost!
Van u, van mij, van jou!
Het is dan ook van de HEERE, dat Israël, dat Gods Volk, Zijn Kerk, Zijn Gemeente, Zijn kinderen, verlossing en redding mogen verwachten.
Gód de HEERE gedenkt het Verbond dat Hij Zelf met Zijn kinderen vanaf Abraham sloot.
Hij heeft vergeving en herstel uitgesproken (40:2) en verlossing aangezegd (40:5).
Dát is waar Israël, waar de Kerk, waar wij allen op mogen vertrouwen.
Dat is onze Troost bij uitstek.
Door heel het leven heen, ja, tot in de eeuwigheid met God.
Lezen Jesaja 40 en Heidelbergse Catechismus zondag 1

Ds. G.J. van den Top