Daarom danken ook wij God zonder ophouden
(1 Thessalonicenzen 2: 13a)

Dankdag voor gewas en arbeid!

We willen de Heere dan danken voor alles wat Hij ons gegeven heeft nog steeds geeft. Maar zijn wij echt zulke dankbare mensen? Vinden we het niet heel gewoon wat we krijgen en hebben? We denken vaak ook nog dat we op allerhande voorspoed en zegeningen recht hebben!
Maar als het eens wat tegenzit, hoe reageren we dan? Zijn we dan nog steeds dankbaar? Of ligt het klagen ons dan voor in de mond? Denk aan de voorbije zomer. Dankbaar voor het mooie weer, maar het was wel heel lang erg warm en droog. Onze gazonnetjes lagen er maar schraal bij. Hoe dichtbij ligt kan dan het klagen liggen. En dan gaat het nog maar over een grasveldje dat er misschien wat minder groen bijligt.

In 1 Thess. 2 gaat het over dankbaarheid en vreugde. Maar niet over de dankbaarheid om aardse voorspoed of geluk. Het gaat hier over de dankbaarheid over het gepredikte woord en de vruchten daarvan. Laten we bij alles daar eerst eens acht op slaan. Het zat Paulus en zijn mede apostelen echt niet mee. We lezen in hoofdstuk 2 vers 1 dat zij in Filippi veel smaad en mishandeling hebben ondergaan en onder zware strijd toch het evangelie Gods hebben mogen brengen. En daar danken zij de Heere onophoudelijk voor.

Waar komt het in ons leven op aan? Gaat het erom hoe goed en best we het hebben naar aardse maatstaven? Dat we in de eerste plaats zien op wat de Heere ons uit genade wil schenken. Hij zaait zondag aan zondag het zaad van Zijn Woord overvloedig over ons uit. Vindt dat Woord in onze harten een akker die er klaar voor is om het zaad te doen kiemen en vruchten te laten dragen? Door Zijn Geest wil Hij zorgen voor een vruchtbare bodem.

Zou ons dat niet tot grote dankbaarheid en vreugde moeten brengen, ja zo’n grote vreugde dat we de lof des Heeren gaan uitzingen zoals Naomi de Heere groot maakte voor de weldaden door Boaz aan haar en Ruth bewezen. Dat we de Heere onophoudelijk danken voor alle dingen die we voor ons dagelijks levensonderhoud ontvangen aan eten en drinken, kleding, een huis om in te wonen, maar ook voor het gepredikte Woord.

Daarom hebben we werkelijk reden om dankdag te houden. Ondanks alles wat er in de wereld om ons heen en in ons persoonlijk leven gebeurt, er is Eén die alles leidt en bestuurt. Dan kan het best moeilijk zijn om in alle (persoonlijke) omstandigheden te danken, maar ziende op Hem die het beloofd heeft: “Weest in geen ding bezorgd, uw Vader in de hemel weet wat u nodig hebt” mogen wij de dank brengen aan onze Schepper en Onderhouder.

Alle reden dus om Dankdag te houden!

Uw trouwe zorg wou mij bewaren
Uw hand heeft mij gevoed, geleid;
Gij waart nabij in mijn bezwaren,
Nabij in elke moeilijkheid.
Deez’ avond roept mij na mijn zorgen
tot rust voor lichaam en voor geest.
Heb dank, reeds van de vroege morgen
Zijt Gij mijn heil en hulp geweest!

H.Huiting