“Wij hebben hier geen blijvende stad, maar zoeken de toekomstige”. (Hebreeën 13 vers 14).

Waar voelen wij ons thuis? Wat is ons thuis? Leven wij alleen maar bij het hier en nu alsof wij hier een blijvende stad hebben? Ons er niet van bewust dat we onderweg zijn, op reis zijn?
Wij hebben hier geen blijvende plek. We staan daar vaak niet bij stil omdat we graag alles bij het ons zo vertrouwde willen laten. We voelen ons vaak het beste thuis in de ons vertrouwde omgeving.

Ik denk aan het volk Israël. Mozes mocht, door God geleidt, het volk voeren uit Egypte naar het beloofde land. We kennen de geschiedenis van het volk Israel. Ze hadden in Egypte geen blijvende plek, ze moesten op weg naar het beloofde land. Ze moesten daarbij door de woestijn trekken. Geen aantrekkelijke plek om te reizen en de blijdschap maakt dan ook al gauw plaats voor opstand tegen God. Ze waren al gauw de genade van de verlossing uit Egypte vergeten. Had ons maar in Egypte gelaten zeiden ze tegen Mozes. Het volk had er vrede mee gehad de Egyptenaren te dienen en dan daar ook maar te sterven. Ze voelden zich in Egypte dus eigenlijk wel “thuis”.
Het volk Israël moest op weg en die leidde door de woestijn. Onze reis kan soms ook voelen als een woestijnreis. Moeiten, zorgen, pijn, verdriet. En dan denken wij misschien ook wel terug aan vroegere jaren waarin alles schijnbaar beter was. We zouden van de woestijn liever een paradijs maken. We willen onze levensreis graag zo aangenaam mogelijk maken en zetten vaak alles op de kaart van het hier en nu. Alsof wij hier het eeuwige leven zouden kunnen verkrijgen.

Maar misschien moeten we maar niet teveel terugzien, maar juist vooruitzien, want we zijn immers op reis. Op reis naar de eeuwigheid. Op reis naar onze eeuwige bestemming, op reis naar die toekomstige Stad met een hoofdletter.

Het volk Israël was ook op reis. Een reis door de woestijn. Maar de Heere ging met Zijn volk mee. Hij zorgde voor hen, Hij voedde ze onderweg met het manna. Hij ging ze voor in wolk- en vuurkolom. En uiteindelijk kwamen ze aan in het beloofde land.

En wij? Wij zijn ook op reis. Gelukkig hoeven wij de reis niet alleen te maken. Dat zou voor ons ook wel eens te zwaar kunnen zijn. De Heere gaat ook met ons mee. Hij wil ook ons onderweg voeden, ja, met ons dagelijks brood, maar bovenal met het Brood des Levens. Wij mogen onderweg zijn en de Bijbel, Gods Woord, als betrouwbare gids hebben. Hij wil ons onderweg sterken met en door Zijn Woord en Evangelie.

Zullen wij zo onze levensreis vervolgen met Hem op weg naar de Stad van de Toekomst?

Nu reis ik getroost onder ’t heiligend kruis,
Naar ’t erfgoed daar boven in ’t Vaderlijk Huis,
Mijn Jezus geleidt mij door d’ aardse woestijn,
“Gestorven voor mij!” zal mijn zwanenzang zijn!

H. Huiting