“En zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn” (Openbaring 22:12).

Veel bedrijven maken aan het begin van een nieuw jaar de balans van het oudejaar op om te zien hoe ze er financieel voorstaan. Ze vergelijken de uitkomst met de plannen die ze een jaar daarvoor hebben gemaakt. Zijn deze plannen gerealiseerd of misschien niet. Was het een goed jaar of een tegenvallend jaar. De winst- en verliesrekening geeft daarin duidelijkheid. Als het eindresultaat positief is, kan het zijn dat werknemers of aandeelhouders een bonus, loonsverhoging of een winstuitkering ontvangen. Maar stel dat het resultaat negatief is. Er worden dan waarschijnlijk geen bonussen enz. uitgedeeld. Het kan zelfs zo zijn dat de directie van een bedrijf gaat kijken welke werknemers minder goed of zelfs slecht hebben gepresteerd en ze daarom maar worden ontslagen. Dergelijke medewerkers leveren immers geen bijdrage.

Zou de Here God ook zo een balans opmaken? Kijkt Hij naar alle mooie voornemens die wij hadden? We kunnen vanuit onszelf zoveel goede voornemens hebben zoals meer omzien naar elkaar, meer tijd voor gebed en Bijbellezen, trouw zijn in de kerkgang. Zo kan een ieder dit rijtje vast nog wel verder aanvullen. Hoe zou onze balans en verlies- en winstrekening er in geestelijk opzicht uitzien? Misschien zeggen we bij onszelf wel dat we het er nog niet zo slecht van afgebracht hebben. Maar hoe kijkt en rekent de Here?

Jezus, zegt in onze tekst: Mijn loon is bij Mij. Wat is dan dat loon? Is dat de beloning voor onze goede werken? Kunnen wij onze handen ophouden en de Here Jezus vragen om ons uit te betalen voor al het goede dat we gedaan hebben in de

gemeente en tegenover onze naaste? Als de Here ons daarop zou afrekenen dan kon het er weleens niet zo goed uitzien. We schieten vaak zoveel tekort toch! We zouden dan weleens ontslagen kunnen worden om in zakelijke termen te spreken. Want laten we niet vergeten dat de Here God ook Rechter is.

Maar gelukkig Christus rekent anders. Hijzelf is namelijk voor de Zijnen het grootste loon. Hij ziet ons aan in Zijn volbrachte werk aan het kruis. En dat is toch een geweldige “beloning” om door genade alleen te leven en éénmaal zalig te sterven! Ja, voor eeuwig met Jezus als Hij terugkomt. Dat ontslaat ons natuurlijk niet van onze roeping om goede werken te doen, nee niet tot eer van onszelf maar tot eer van Hem, Die ook zegt in de tekst “Ik kom spoedig”.

En wanneer komt Hij? Sommigen menen te weten wanneer Christus zal terugkeren. Maar van die dag en dat uur weet niemand dan de Vader alleen. Zijn wij er klaar voor de Here Jezus te ontvangen en te ontmoeten en dan bij het opmaken van de balans Zijn genadeloon te ontvangen?
Zijn wij zo op Zijn komst voorbereid als éénmaal het bazuingeschal des Heren zal klinken?

Als ’t bazuingeschal des Heeren al Zijn kind’ren op deez’ aard,
Die nog leven, in een punt des tijds omkleedt.
En Hij allen die in Christus zijn, voor eeuwig thuis vergaart,
Broeder, zuster, zijn wij voor die stond gereed?

Als ’t bazuingeschal des Heeren
Als ’t bazuingeschal des Heeren
Als ’t bazuingeschal des Heeren
Wordt gehoord, zijt gij dan voor Zijn komst bereid?

H.Huiting