want ik zal de reis door Macedonië doen, maar dan zal ik mij mogelijk bij u langer ophouden, misschien wel de winter doorbrengen, zodat gij mij kunt voorthelpen, wanneer ik verder reis.’
1 Cor. 16: 5b, 6.

Reisplannen zullen door velen waarschijnlijk al gemaakt zijn en nu in de maanden juli en augustus worden uitgevoerd. Voor velen is het een fijne bezigheid. Een bestemming uitkiezen, wel of geen vliegreis, is het binnen het budget. Wat valt er allemaal te zien en te doen op de plaats van bestemming.Ook de Apostel Paulus maakte vele reisplannen. We lezen er o.a. over in de brief die hij aan de gemeente van Corinthe schreef. Alleen hadden die reisplannen wel een hele duidelijke doel: de gemeenten versterken in hun geloof en het evangelie verbreiden onder de heidenen die de Here Jezus nog niet kenden.
Het is fijn als je dan, bij het maken van die reisplannen, terug kunt vallen op mede broeders en zusters die je kunnen herbergen en voorthelpen op de reis.
In de gemeente van Corinthe was Paulus geen onbesproken figuur. Wanneer je de hele brief leest dan merk je soms wat ironie. Er waren nadat de gemeente was gesticht, allerlei mensen de gemeente binnen gekomen die tweedracht gingen zaaien en de leer van Paulus in diskrediet wilden brengen en zelfs een ander evangelie brachten. Ze zeiden dat het Paulus vooral was te doen om het geld.
De Apostel weerlegt deze beschuldigingen heel nauwkeurig en vraagt aan de leden van de gemeente daar of het wel billijk was, al die beschuldigingen.
Toch is er geen sprake van een haat verhouding en dat blijkt wel uit de woorden van onze tekst. Paulus wilde deze gemeente niet terloops voorbijgaan en even een kort beleefdheidsbezoekje brengen (zie vers 7) maar juist enige tijd bij hen blijven om het kwetsbare plantje van het geloof te versterken.

Paulus heeft geleerd om zichzelf geheel weg te cijferen en alles in dienst te stellen van de Here Jezus en het heilig Evangelie. Bij hem ging het niet om het genieten. Hoe mooi sommige eilanden en streken ook waren, Paulus bleef er niet langer dan nodig was voor de verbreiding van het geloof.
Voor deze toewijding kun je bewondering hebben. Ook vandaag zijn er nog mensen op deze wereld voor wie Jezus alles is geworden. Ze willen hun hele leven stellen in dienst van hun Heiland.
Een voorbeeld daarvan is Moesje Alt, waar we enige maanden gelden over schreven in het kerkblad. Als zendeling werken in Nederlandsch-Indië, zichzelf geheel weggecijferd en alles in dienst van haar Heiland gesteld.

Betekent dit nu dat we niet mogen genieten van een fijne vakantie? Gelukkig niet. Ook een tijd van rust, van ontspannen, is een geschenk van God. We mogen het goede dat God ons geeft met dankzegging aanvaarden en onze Schepper prijzen om Zijn goedheid en liefde.
We mogen alleen niet ons hart er op zetten. Het mag niet ons leven beheersen alsof genieten van het leven het enige doel is waarvoor we hier op aarde zijn.
Vanuit de wereld heerst die gedachte. Je leeft maar één keer en moet daarom alles eruit halen wat mogelijk is.

Ons leven heeft uiteindelijk maar één groot reis doel: onze eeuwige bestemming. Eens komt de dag dat ons aardse leven voorbij is. Dat kan op een gezegende leeftijd zijn, zoals twee gemeente leden die onlangs zijn overleden in de leeftijd van 93 en 99 jaar, het kan ook vroeg zijn. We weten en kennen het laatste uur en de laatste dag van ons aardse leven niet. En dan sta je in de eeuwigheid. Zolang het klei nog klei is, kan de Pottebakker het kneden en vormen zoals Hij het wil. Wanneer het in de oven komt, is de vorm van de pot vast en kan ze niet meer veranderd worden.
Als u de reis bestemming voor de eeuwigheid nog niet hebt gekozen, wacht er dan niet meer maar kies voor de Here Jezus als het doel van uw aardse reis, op weg naar de eeuwigheid. Die bestemming zal u nooit teleurstellen maar eeuwige vreugde en blijdschap schenken.
Een goede reis toegewenst!

M. Hamminga