Ik las over een gesprek tussen twee mensen.

Het ging over de vraag of je anders gelovigen wel zou moeten vertellen van het Evangelie van Jezus Christus.

De ene is overtuigd van Gods bestaan en zorg, de andere in het geheel niet.

De ongelovige man zei “Ik zag een EO-programma over zending om moslims te bekeren! Doe jullie dat ook?”

De gelovige schrijft: “De afkeer over zoiets onzinnigs droop van het gezicht van die man. Het was begrijpelijk dat deze man minachtend over zending dacht. Hij gelooft nadrukkelijk niet in God en heeft dus helemaal geen boodschap aan het Evangelie. Een poging van mij om uit te leggen wat de levensveranderende kracht van Christus kan doen in het leven van mensen, dus ook in dat van moslims, werd met scepsis en ergernis afgekapt.”

Deze man wil dus niets leren en horen van het redding brengende Evangelie dat Jezus voor zondaren is gestorven en is opgestaan uit de dood en in de weg van geloof zondaren zalig maakt. Dat wil zeggen eeuwig leven geeft.

 

Voor wie niet gelooft is het evangelisatiewerk, namelijk het verkondigen dat er buiten Christus geen behoud mogelijk is, een dwaasheid.

Voor een steeds groter wordende groep mensen is hetzelfde Evangelie ook een aanstoot en een ergernis. (1Pet.2:7)

Men wíl het niet horen.

Men stopt de oren toe en sluit de harten af.

Net als farao ‘zijn hart verhardde’.

Zo blijft God een buitenstaander en kan Hij en wil Hij niet binnenkomen.

Zo heeft Hij de mens immers geschapen: uit liefde voor Hem te kiezen, maar niet om door zijn Schepper gedwongen te worden Hem te volgen.

En dan gaat het erom dat christenen, die die Naam waardig zijn deze ongelovige mensen met liefde blijven benaderen en met hen blijven praten, voor zover zij daartoe nog gelegenheid blijven krijgen.

Het is de weg van de liefde tot God en de naaste, die de enige weg is om mensenharten zacht en bereid te maken om wél open te (gaan) staan voor het Evangelie.

 

En de tijd die God ons geeft om te leven, is voor IEDER mens de tijd die hij krijgt om zicht te bekeren tot Jezus Christus. Want Jezus Christus is ICHTUS.

Dat is Grieks voor VIS.

Maar óók de afkorting van ‘Jezus Christus, Zoon van God, Verlosser!’

 

Tijdens de christenvervolging in het Romeinse Rijk schreven in de vroegchristelijke periode christenen bij een ontmoeting voor de veiligheid deze letters of dit woord ‘vis’ in het zand.

Een medebroeder of zuster wist dan meteen of hij of zij met een christen te maken had.

 

Gelukkig zijn wij in Nederland nog wel zo vrij dat dat nog niet nodig is.

 

 

Lezen o.a. 1 korinthe 1 vers 18 tot 2 vers 15.